Het oerdieet volgens prof. Frits Muskiet

TERUG NAAR HET STENEN TIJDPERK

17-2-2009 Als we lang en vooral gezond willen leven, moeten we eten zoals onze voorouders dat in het stenen tijdperk deden. Dat is de belangrijkste boodschap van de Groningse klinisch chemicus Frits Muskiet ."We kampen met welvaartsziekten omdat we te ver van de natuur zijn afgedwaald."

 Om erachter te komen wat de beste lifestyle voor onze gezondheid is, zijn geen langdurige wetenschappelijke studies nodig. Kijk naar hoe onze verre voorouders het gedurende honderdduizenden jaren hebben gerooid, en je hebt het antwoord: veel bewegen, veel buiten zijn, schone lucht inademen, verse groenten en vruchten eten en geregeld een eitje, vis of stuk mager vlees verorberen. Homo sapiens heeft het grootste deel van zijn bestaan als jager-verzamelaar geleefd en onze genen zijn door een proces van natuurlijke selectie zorgvuldig op de bijbehorende leef- en voedingswijze afgestemd. Het feit dat we massaal zijn overgestapt op witbrood, frikadellen, frisdrank, chocopasta en ‘zittende beroepen'verklaart waarom we bij bosjes worden geveld door bepaalde soorten van kanker, diabetes, en hart- en vaatziektes. Moeten we de vloedgolf aan welvaartsziektes keren met geneesmiddelen? Of door aan onze genen te gaan prutsen? Welnee, we moeten gewoon weer gaan leven en eten volgens de wetten van ons DNA, en die staan gebeiteld in de rotsen van de oertijd.
Drie jaar geleden ontvouwde Frits Muskiet deze theorie in een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde. Evolutionare geneeskunde, u bent wat u eet, maar u moet weer worden wat u at! stond er boven dat stuk.
Sindsdien is Muskiet, als hoogleraar klinische chemie verbonden aan de universiteit van Groningen, een veel gevraagd man voor lezingen en interviews. Van dagblad Trouw tot weekblad HP/De Tijd, van Discovery Channel tot de Vereniging van Academisch Opgeleide Vrouwen, overal mag Muskiet komen uitleggen dat we onze kansen op een lang en vooral gezond leven drastisch vergroten door de basisprincipes van de prehistorische leefwijze zoveel mogelijk in ere te herstellen (zie kader Het Paleodieet). Maar hij betwijfelt of zijn inspanningen zich op afzienbare termijn zullen vertalen in nieuwe voedingsadviezen en een andere aanpak in de medische zorg. "De meeste academici die mijn verhaal horen, reageren razend enthousiast, vinden het een eye opener," vertelt hij. "Maar vervolgens gaan ze over tot de orde van de dag. Dat komt omdat binnen de geneeskunde alles evidence based moet zijn. En je kunt niet keihard bewijzen wat de oermens heeft gegeten en hoe hard hij heeft rondgerend. Maar evidence based medicine is niet alles, er bestaat ook nog zoiets als logica. Gewoon nadenken. Evolutionaire geneeskunde is een samenstelling van een heleboel disciplines. Van archeologie tot genetica, van antropologie tot pathofysiologie. Wat zeggen al deze zeer respectabele wetenschappen over de leefwijze en de gezondheidstoestand van de oermens? En wat zegt dat weer over ons?"

Verkeerd eten en te weinig bewegen als ware oorzaak van niet alleen overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekte, maar ook van enkele vormen van kanker en dementie. Het klinkt logisch, maar er is nóg een reden waarom weinig mensen het willen geloven: Veel wetenschappers zoeken de oorzaak van ziektes liever in onze genen dan in ons gedrag. "Maar ziektes die door een fout in de genen worden veroorzaakt, zijn uiterst zeldzaam," stelt Muskiet. "Minder dan vijf procent van de gevallen van hart- en vaatziekte en kanker is rechtstreeks te wijten aan afwijkingen in het erfelijke materiaal. De natuur is perfect en wij zijn een product van die natuur. Dus ons genoom is ook perfect. Massaal voorkomende ziektes zijn een teken dat onze genen zich verzetten tegen verkeerde gewoonten. Vele, zo niet alle genen die nu de schuld krijgen van allerlei ziektes waren al bij ons sinds de eerste homo sapiens. Als je ziet dat steeds meer mensen last hebben van astma, moet je de oorzaak niet bij de genen zoeken, maar bij de vervuilde lucht die we inademen. Ga niet aan die genen zitten, maar zorg dat de lucht weer schoon wordt. We moeten niet ons genoom aan onze leefstijl aanpassen, maar onze leefstijl aan ons genoom. Om tot die conclusie te komen zijn geen dure randomised controled studies nodig, dat kunnen u en ik samen bij een glas bier bedenken. We moeten in de voedingswetenschap meer ons gezonde verstand durven te gebruiken in plaats van blindelings achter die, vaak tegenstrijdige, randomised controled trials aan te hollen."
Niet dat Muskiet degelijk wetenschappelijk onderzoek wil afschaffen. Integendeel, deze studies acht hij cruciaal voor het ontwikkelen van geneesmiddelen. Maar hij pleit ervoor om in de volksgezondheid de fysieke toestand van de prehistorische mens als maatstaf te nemen. Die toestand is deels af te leiden uit gegevens die bekend zijn van de paar overgebleven natuurvolken die nog traditioneel leven. "Je hebt bijvoorbeeld de Maasai, dat herdersvolk van rijzige mannen en vrouwen dat in Tanzania en Kenia leeft. Of de Bosjesmannen in de Kalahari-woestijn in het zuidwesten van Afrika.Vergeleken bij de westerse mens, hebben zij een extreem lage cholesterolspiegel en flexibele bloedvaten, ondanks het feit dat ze veel verzadigd vet en cholesterol eten. Zou ons cholesterol dalen als we de voedingsgewoontes en het bewegingspatroon van dat soort natuurvolken kopiëren? Díe hypothese moet je testen. En zolang je die niet hebt bewezen, is het verstandig om hem voorlopig maar voor waar aan te nemen. Want de Maasai en de Bosjesmannen leven zoals de natuur het bedoeld heeft, niet wij."
Als hoogleraar klinische chemie heeft Muskiet te maken met mensen die in klinische laboratoria onder meer bloedmonsters van patiënten analyseren op zaken als cholesterol, glucose, vitaminen en hormonen. Om te bepalen of dergelijke stoffen in de juiste hoeveelheden in het lichaam circuleren, worden de uitslagen gewoonlijk naast de waarden van de Nederlandse bevolking gelegd. "Dat zijn de referentiewaarden," legt Muskiet uit. "Als de uitslagen binnen die kaders vallen, zijn we meestal gerustgesteld. Maar het is de vraag of de referentiewaarden die we in Nederland en andere westerse landen meten wel echt "normaal" zijn. Als je gaat doordenken, moet je concluderen van niet. Wat je in het bloed vindt, wordt in hoge mate bepaald door hoe we leven en wat we eten. Omdat we zo ver van de natuur zijn afgedwaald, moet je voor tenminste een aantal stoffen aannemen dat we allemáál abnormale waarden hebben."
Zo hebben volgens Muskiet vrijwel álle Nederlanders vergeleken bij natuurvolken te veel cholesterol en triglyceriden en te weinig vitamine D en visolievetzuren in het bloed, en kampen velen met een verstoorde suikerstofwisseling. "Allemaal kenmerken die in verband staan met de grote degeneratieve welvaartszieken."
Volgens de hoogleraar kunnen we allemaal meer visolievetzuren gebruiken, vooral jonge moeders. "Ten aanzien van de vetzuursamenstelling van flesvoeding, worden de richtlijnen gebaseerd op de moedermelk van westerse vrouwen. We weten echter dat westerse vrouwen verre van optimaal eten. Op dit moment voldoet de inname van visolievetzuren door Nederlandse moeders nog niet eens aan datgene dat door de Nederlandse Gezondheidsraad wordt geadviseerd. Dan mag je aannemen dat hun moedermelk ook niet optimaal van samenstelling zal zijn. Wij hebben moedermelk van traditioneel etende vrouwen in Tanzania geanalyseerd. Deze leefden aan het zoetwater in de regio waarvan de eerste homo sapiens vandaan komt. Zoals was te verwachten, is hun melk veel rijker aan visolievetzuren en staat die niet - zoals in Nederland - stijf van het linolzuur. Ik vind dat we tot nadere orde de melk van die Tanzaniaanse vrouwen als norm moeten nemen. Kan ik bewijzen dat hun moedermelk gezonder voor baby's is dan moedermelk van Nederlandse vrouwen? Nee. Daarvoor zijn grootschalige studies nodig die misschien wel tientallen jaren gaan duren. Maar wat doe je in de tussentijd? Op basis van wat we nu over de gunstige effecten van visolievetzuren weten, en door gewoon logisch na te denken, zou ik voorlopig maar aannemen dat er meer visolievetzuren in Nederlandse moedermelk horen."
Omdat onze eetcultuur volgens Muskiet te ver is losgeraakt van de natuur, is er vermoedelijk nog veel meer mis met wat we binnenkrijgen. Hij zou graag vaker studenten naar afgelegen streken sturen om bloed te prikken bij gezonde mensen die nog niet in aanraking zijn gekomen met de westerse leefwijze. "Die mensen hebben bloedwaardes van allerlei stoffen die dicht aanzitten tegen wat evolutionair bedoeld is. De absolute streefwaarden! Dat is belangrijke informatie. Helaas is het moeilijk om geld voor dat soort onderzoek te krijgen. Maar we moeten opschieten, geïsoleerd levende stammen verdwijnen snel."

Het paleodieet

Hoe at de oermens? Het clichébeeld van woeste mannen die voor etenstijd met knotsen en speren een gnoe omlegden, kan volgens Muskiet van tafel. De eerste mensen leefden in Oost- en Zuid-Afrika aan rivieren, meren, rivierdelta's, moerassen en de kust. Op die plekken konden mannen, vrouwen, kinderen en bejaarden eenvoudig hun maaltjes bijeen scharrelen: larven, wormen, weekdieren, schaaldieren, vogeleieren, kikkers, planten en vruchten lagen vaak letterlijk voor het grijpen. Dergelijke voeding is rijk aan visolievetzuren, vitamine A en D en jodium. Niet toevallig zijn dit voedingsstoffen waar nu wereldwijd het meest frequent tekorten van voorkomen. Wat zeker niet tot het ‘oerdieet' heeft gehoord, zijn graanproducten en zuivel. Homo sapiens ruilde ongeveer tienduizend jaar geleden het leven als jager-verzamelaar in voor het boerenbestaan. Op de evolutionaire schaal van miljoenen jaren is graan verbouwen en koeien melken dus een gloednieuwe gewoonte. Ons erfelijk materiaal, dat ongeveer 0,5 procent per miljoen jaar verandert, is volgens Muskiet nog niet voldoende op graan en zuivel aangepast. Dat verklaart wellicht waarom het grootste deel van de wereldbevolking het melkeiwit lactose niet goed kan afbreken (ongeveer 20 procent van autochtone Nederlanders is ‘lactose intolerant') en waarom veel mensen ziek worden van het tarwe-eiwit gluten. Uiteraard staat hooggeraffineerd fabrieksvoedsel als witbrood en frisdrank nog verder van ons genoom af.
Volgens Frits Muskiet hoeven we niet exact het eetgedrag van onze verre voorouders te imiteren om het lichaam die voeding te geven waar het voor gemaakt is. Het gaat erom de basisprincipes van het paleodieet toe te passen: zorg dat de voeding bestaat uit weinig zuivel, graan en hooggeraffineerde producten, en leg de nadruk op vis, schaaldieren eten, vlees (het liefst mager) en vooral groente, fruit en noten. Daarmee vertoont oervoeding opvallende gelijkenissen met het traditionele mediterrane dieet. Grote studies laten zien dat mediterrane voedingsgewoontes beschermen tegen hart- en vaatziekte. Zou het toeval zijn?

Hoe gezond was de oermens?

‘Maar mensen in de oertijd werden toch helemaal niet oud?' Dat is het meest gehoorde argument tegen het paleodieet. Mensen in de oertijd konden echter een hoge leeftijd bereiken. Alleen hun gemiddelde levensduur was korter dan die van ons, omdat zuigelingensterfte torenhoog was en omdat men vaker ten prooi viel aan geweld, infectieziektes en hongersnoden. Maar als ze niet voortijdig door een leeuw, hongersnood of een microbe werden geveld, behielden prehistorische mensen tot op hoge leeftijd waarschijnlijk een robuuste gezondheid, schone vaten en een platte buik.

Op de eettafel van Frits Muskiet

Frits Muskiet probeert zich zo goed mogelijk aan de culinaire regels van de prehistorie te houden, hoewel dat niet altijd praktisch haalbaar is. "Op de universiteit is het toch het gemakkelijkst om tussen de bedrijven door een broodje te eten." Maar thuis eet hij weinig brood, steeds minder rijst, geen melk en af en toe yoghurt. Er staat geen zoutpot op tafel. Wel eet hij veel groente en fruit. Er staat geregeld vlees op het menu en minstens tweemaal per week vis. ‘s Ochtends ontbijt hij meestal met een banaan, soms start hij de dag met een visje. Omdat het moeilijk is om van alle micronutriënten voldoende binnen te krijgen, slikt hij voor de zekerheid voedingssupplementen. Nagenoeg elke dag een multivitaminen- en mineralenpreparaat en een visoliecapsule. In de winter slikt hij tabletten met vitamine D.

Muskiet het allemaal nog eens uit Youtube

Dit artikel is eerder verschenen in Fit met Voeding.

In het boek De houdbare man, praktische gids voor een eeuwige jeugd, vind je meer feiten en tips over anti-aging voor mannen. Bestel nu via Bol.com.